Mijn eerste 90 dagen in Georgië zaten er alweer bijna op, dus werd het tijd om het land te verlaten. Met een klein uitstapje over de grens, is het makkelijk om weer een nieuw toeristen visum te regelen. Hoewel een visum voor Georgië voor Europeanen gratis is, moet het wel om de zoveel tijd vervangen worden. Op naar Armenië dus, op bezoek bij onze vrienden in Yerevan, Karlien en Jesse.
Op woensdagochtend zouden we vanf het busstation een Marsroetka nemen. Dat was althans de bedoeling. Toen we daar namelijk om tien uur aankwamen bleek het volgende minibusje pas over twee uur te vertrekken. De vorige was net weg, en de bestuurder wilde wachten totdat hij genoeg nieuwe passagiers had; wij waren met z’n drieen de eerste. Dus goed ingepakt namen wij plaats op het houten bankje naast de bus en wachtten rustig af.
Twee uur later waren onze vingers bevroren, hadden we al onze proviand voor onderweg al bijna helemaal op en hadden we een stevig begin gemaakt voor ons gezamelijk Sinterklasgedicht voor Jesse en Karlien. Rondom de minibus begonnen zich al mensen te verzamelen, dus tijd om te vertrekken, zo leek het ons, en wij gingen vast zitten op de voor ons aangewezen plaatsen. We hebben nog een uur moeten wachten voordat uiteindelijk iedere stoel in de bus bezet was, de vier dikke bejaarde vrouwen op de achterbank gepropt waren, het gangpad volledig volgebouwd was met koffers en jute zakken vol mandarijnen, en de benzinetank goed gevuld was. Maar toen gingen we dan eindelijk.
De tocht van Tbilisi naar Yerevan duurt per minibus normaal gesproken een uur of zes, maar gedoe aan de grens en weersomstandigheden willen nog wel eens voor wat vertraging zorgen. Zo ook op deze dag. Nadat we aan de grens alle formulieren voor ons toeristenvisum voor Armenie keurig hadden ingevuld, we netjes hadden betaald en we het mandarijntje dat we van de douanier hadden gekregen hadden opgegeten konden we Armenië in. Alleen nog even wachten tot de dikke dames allemaal terug waren van het toilet en ze weer terug proppen op de achterbank. En naarmate we verder het land in reden werd het kouder en kouder, verscheen er geleidelijk de sneeuw op de heuvels en begon de weg meer te slingeren. Ook werd het ondertussen donker.

Vermoeid, verstijfd en verkleumd kwamen we uiteindelijk om acht uur aan in Yerevan. En alsof we weer helemaal terug bij af waren, werden we enorm afgezet door de taxichauffeur. Net nu we daar in Tbilisi eindelijk een beetje overheen waren.
Eigenlijk was dat meteen een goede voorbode van de rest van ons verblijf in Yerevan. Hoewel we het heel erg leuk hebben gehad, met Jesse en Karlien, met schaatsen, met ronddolen op de markt en met het vieren van Sinterklaas, waren de paar dagen vooral weer heel verwarrend. Niet de weg kennen in de stad, geen idee hebben waar mensen het over hebben, veel te veel betalen voor zo’n beetje alles; het was precies zoals aan het begin in Tbilisi. Maar dan kouder.
En toen we na een veel kortere terugreis weer thuis waren, en de taxichauffeur ons 20 lari vroeg voor een ritje van maximaal 5, wisten we dat we thuis waren. Gelukkig konden we hem gewoon in het Georgisch voor gek verklaren.
